|
Het overwegen waard: de bouw van een AKI.
Voor de beveiliging van overwegen waar het wegverkeer de spoorweg kruist, zijn verschillende systemen in gebruik geweest: de AKI is er, samen met de AHOB een van. Inmiddels bestaan deze overwegen niet meer in hun huidige vorm, op een paar op particuliere terreinen na. Waar deze overwegen nog gewoon 'toegankelijk' zijn voor het publiek zijn deze voorzien van slagbomen, waardoor er eigenlijk geen sprake meer is van een Automatische Knipperlicht Installatie.
De eerste installatie kwam in 1936 in dienst, en had toen nog een groene, rode en oranje lamp: de groene had de functie van het huidige witte knipperlicht, en knipperde zolang er geen trein in aantocht was: het rode knipperlicht knipperde 2 maal zo snel als het groene, met de tegenwoordige standaard snelheid van 90 knipperingen per minuut, en kondigde een trein aan: als de installatie door welke oorzaak dan ook niet meer zou werken, ging het oranje storingslicht branden. De meeste AKI's zijn vervangen door mini-AHOB's, omdat er op dit type overwegen teveel (dodelijke) ongelukken plaatsvonden. In model is het echter een van de makkelijkste overwegen om te maken: er is geen aandrijving nodig voor slagbomen of ander bewegend spul, alleen een electronische schakeling om de LED's te laten knipperen is vereist. Op deze pagina daarom de beschrijving van de bouw van een AKI in model, de benodigde gereedschappen, en tot slot nog een schakeling om het geheel ook net zoals het grote voorbeeld, te laten knipperen. Een overzicht van deze pagina:
Verschijningsvormen |
|
Vanaf 1951 kreeg elke lamp een afzonderlijk rond scherm, dat vanaf 1990 weer werd vervangen door 1 groot scherm. De 1990 variant is het makkelijkst om te maken. |
|
|
Naast de bovenstaande verschillen zit er ook nog verschil in de bevestiging van de lampen: Bij de ene overweg werden de lamphouders zo gemonteerd dat de lampen als het ware op de houders 'stonden' (linker-afbeelding) maar er zijn ook overwegen geweest waarbij de lampen als het ware 'hingen (rechter-afbeelding) Waarschijnlijk zijn er hier en daar ook wel combinaties te vinden geweest van de verschillende manieren van montage, wat wel vaststaat is dat beide manieren voor zowel de versie met losse lampschermen als voor de versie met 1 groot achtergrondscherm toegepast werd. |
|
|
De bouw
Allereerst beginnen we met de mal: als we gemakkelijk de AKI-palen in elkaar willen zetten, is een mal een vereiste: zonder mag je van mij proberen, maar ik raad het je niet aan.
Lijm op de door jouw gewenste lente een strookje hout waar het buisje tegenaan ligt: dit zorgt ervoor dat je het lampenschild steeds op dezelfde hoogte aan de paal monteert. |
|
|
Dan komt daarna een wat cruciale vraag: je kan ervoor kiezen om je AKI met slechts een totaal van 6 LED's uit te voeren, omdat je bijvoorbeeld toch steeds tegen dezelfde kant van je AKI aankijkt, en je de andere LED's dus nooit zal zien: het geeft natuurlijk wel een leuk effect als een trein de overweg passeert en de overige LED's het materieel beschijnen. De keus is dus helemaal aan jou: als je alleen de zijde die naar jou gericht is van LED's voorziet, dan ben je met 4 rode SMD LED's en 2 witte SMD LED's klaar: ik heb gekozen voor de variant waarbij beide zijden van de palen voorzien zijn van LED's, en dus dien je van elke LED er 2 keer zoveel te nemen.
|
|
|
Het lampenschild dient gemaakt te worden: ik maak dat van messing plaat van 0,5 mm dik. Om de juiste vorm van de driehoek met afgeronde hoeken te krijgen, gebruik ik een tekening uit het boek: 'De nederlandse Modelspoorweg' van uitgeverij Schuyt & Co (ISBN 90-6097-304-6)
Op pagina 119 staat een prachtige tekening van een AKI, inclusief maten. De betreffende tekening heb ik ingescand, en daarna verkleind totdat het geheel op schaal was. Dat print je, afhankelijk van hoeveel AKI's je wilt maken, maar laten we even uitgaan van 2 palen, 2 maal uit, waarna je het geprinte stukje papier uitknipt, en met dubbelzijdig plakband op het messing-plaat plakt. Daarna knip je de achtergrondschermen uit met een huishoudschaar (bijvoorbeeld) Daarna moet je 2 schermen overhouden zoals hiernaast te zien is. |
|
|
Zoals je in de afbeelding van de mal al hebt kunnen zien dien je van de messing plaatjes met de tekening van het lampenschild, de paal weg te knippen: je houd dan 2 helften over, die aan het messing buisje gesoldeerd worden: een tip: na het knippen van het lampschild is het papieren opschrift niet meer nodig: verwijder dit, en verwijder ook de lijmresten van het dubbelzijdig plakband: die wil je niet verhitten bij het solderen, want dat stinkt behoorlijk, en komt de soldeerverbinding niet ten goede. Daarna kun je de 2 helften samen met het buisje in de mal plaatsen, en het geheel an elkaar solderen: plak het buisje even vast in de mal met tape van het een of ander (PVC tape werkt erg prettig, maar dat ben ik) anders loop je het risico dat het buisje tijdens het aansolderen van de tweede helft van het lampenschild, draait, en je daardoor een naar binnen staand lampenschild krijgt. Boor nu in het buisje de gaten voor de draadjes, en de lamphouder van de witte lamp: voor de witte lamp maak je van koper of meesing draad van 0,5 of 0,8 mm een soort 'U' buig het laatste 'been' van de 'U' echter wel pas nadat je het stukje draad door het gat in de paal gestoken hebt: anders krijg je het er niet doorheen! De 'U' wordt vastgesoldeerd: doe dit snel, maar ook weer niet te snel: doe je er te lang over dan vallen de schilden onherroepelijk van de paal af, doe je het te snel, dan heb je weer geen goede soldeerverbinding: enig oefenen is misschien vereist voor je de smaak te pakken hebt. Boor daarna boven of onder de houder voor de witte lampen een gaatje voor het draadje dat de LED's straks van stroom voorziet. |
|
|
Invoeren van het koperdraad
Neem 3 geëmailleerde koperdraadjes van dezelfde lengte: ik heb zelf een centimeter of 50 gebruikt: liever te lang dan te kort. Hiernaast kun je een AKI paal zien waar de witte lamphouder al aangebracht is en de draden getrokken zijn: |
|
|
De tweede stap is het monteren van de rode lamphouders: van 2 stukjes koperdraad buig je wederom een 'U' met als verschil dat je dat nu 2 keer moet doen. De afstand tussen de 'benen' van de U dient natuurlijk de afstand die in werkelijkheid tussen de lampen aanwezig is, te benaderen. Soldeer deze aan de paal: beide objecten eerst vertinnen komt de soldeerverbinding ten goede, en ook hier weer de waarschuwing: te lang solderen, en het lampenschild laat weer los. Zoals je hiernaast kan zien is 1 van de benen van de 'U' langer dan de andere: dit doe ik om het monteren van de lamphouders makkelijker te maken: op deze manier kan je makkelijk met een klein tangetje het geheel vastpakken en op zijn plek solderen: sonder de extra lange been zitten soldeerbout en tang elkaar al snel in de weg. Na solderen knip je het te lange been op lengte. |
|
| Hiernaast zie je 1 houder voor de rode lampen gesoldeerd aan de paal: om de houders op de juiste plek te houden boor ik vaak een gaatje, waar de stukjes draad dan als het ware een beetje 'in vallen': op die manier wordt de soldeerverbinding ook wat steviger. het te lange been is hier duidelijk nog niet afgeknipt. |
|
| En hier zijn beide benen bijgewerkt tot de juiste lengte: de foto is niet helemaal geweldig, maar maakt wel duidelijk hoe het geheel in elkaar steekt. |
|
| Hier kijken we, via de zijkant, tegen de andere kant van de paal aan: ook daar is nu de houder voor de rode lampen gesoldeerd. |
|
|
Een redelijk rechtoe-rechtaan klusje: het aansolderen van de LED's: om dit solderen aanzienlijk makkelijker te maken, de volgende stappen:
Pak het stuk karton en het dubbelzijdige plakband erbij: plak een stukje van het dubbelzijdige plakband op het karton, en verwijder het beschermlaagje van het plakband. Wanneer je alle LED's gesoldeerd hebt aan de paal, hoort het er zo uit te zien als hiernaast: de witte LED's zijn duidelijk herkenbaar aan het wat gelige uiterlijk. |
|
|
Na het aansolderen van de LED's testen we even of de lichtgevende diodes nog werken: via een multimeter op de diodestand loopt er vaak al genoeg stroom om de LED duidelijk op te zien lichten: als de LED niet gaat branden, draai dan de pennen van de meter eens om: het kan zijn dat je de LED toch verkeerd gemonteerd hebt, oftewel de kathode aan de paal in plaats van de anode. Als de LED dan nog niet oplicht, kan je er zeker van zijn dat de LED stukgegaan is.
Daarna komt het leukste priegelwerk: het aansluiten van de koperdraadjes: echt veel kan ik daar niet over vertellen: brand met de soldeerbout het isolerende laagje van het kopedraad, en vertin het, knip het op lengte, en soldeer het aan de LED. |
|
|
Hierna komt het weer aan op testen van alle LED's: als je het goed gedaan hebt werken alle LED's nog, en kun je de andreaskruisen gaan maken. Ik heb die gemaakt uit messing plaat van 0,3 mm dik, en ik zal er niet omheen draaien: het is niet makkelijk de stripjes precies op maat te krijgen.
Hiernaast zie je 2 palen waar nog geen andreaskruisen op bevestigd zijn: misschien dat het verschil tussen de kleur van de witte lampen opvalt: de witte LED's zijn zeg maar 'echt wit' en dus niet warmwit of iets dat daar op moet lijken: daarom komt het witte licht wel erg kil over, terwijl dat in het echt altijd wat gelig van kleur was. |
|
|
Bel, Andreaskruisen en andere zaken
Omdat onze AKI natuurlijk wel op het voorbeeld moet lijken, is het tijd voor het aanbrengen van de bellen. Ik heb die gemaakt van rond styreen staf van 3 mm dik: de bellen zijn iets dikker dan de paal waar ze op vertoeven. Hiernaast zie je het stukje styreen staf met de ingevijlde klokvorm. |
|
|
En hier staat de bel in de verf: waarom ik dit precies gedaan heb weet ik niet meer: het geheel moest toch nog gelijmd worden, en was dan prima te schilderen, maar goed, het idee is duidelijk.
Daarna zaag je de bel af, zodat je een vervelend klein stukje materiaal overhoudt: het lijmt ook niet echt makkelijk, maar een andere oplossing weet ik er niet voor. Voor het lijmen: de bellen dienen naar de weg te 'wijzen'. Een opmerking over de bellen trouwens: er zijn ook AKI's geweest die uitgerust werden met een zogenaamde platte bel: deze heeft niet de karakteristieke klokvorm. |
|
|
Hiernaast zie je de andreaskruisen in de verf staan: de witte verf heb ik, net als de rode verf, 2 keer opgebracht om dekkend te krijgen: om de onderdeeltjes wat handelbaarder te houden heb ik elk kruis ingeklemd tussen 2 magneetjes: op die manier krijg je geen kramp in je vingers, en kan je op je dooie gemak de kruisen van verf voorzien. Op de foto hierboven kan je zien dat mijn andreaskruisen uit 2 stripjes messing bestaan: ook hier geldt weer dat je het zo gek kan maken als je zelf wilt: met acrylaatkit of iets dergelijks zou je zelfs de 4 bouten kunnen imiteren die in het echt altijd de bevestiging van het kruis aan de houder vormen, maar dat gaat mij wat te ver: wil je het simpel houden, dan kan je de kruisen uit 1 stuk messing knippen, iets dat voor enkelspoor niet zo'n probleem is, maar een andreaskruis dat 2 of meer sporen aanduidt uit 1 stuk messing knippen is een aardige opgave: daarom maak ik de kruisen uit 2 stripjes messing, die ik vervolgens in een simpel malletje aan elkaar soldeer. Het geeft het geheel ook nog wat reliëf, iets wat het totaalplaatje denk ik wel ten goede komt. |
|
|
Voor de bevestiging van de kruisen geldt hetzelfde: als je het simpel houdt lijm je het kruis meteen aan de paal: in het echt zit er echter altijd een geschatte centimeter of 20-25 tussen de paal en het kruis: via een messing draadje is die afstand prima na te bootsen. Van styreenbuis, waarvan ik de binnendiameter opgeboord heb, maak ik de zonnekappen: deze lijm ik ook vast met secondelijm. Om kort te zijn: ik ben niet echt tevreden over m'n huidige zonnekappen, maar een betere oplossing heb ik nog niet gevonden. |
|
|
En als alles dan uiteindelijk vastgelijmd is, en daarna geschilderd, is de AKI zo goed als klaar: alleen de schrikhekken ontbreken dan nog: dit zijn de rood-wit gestreepte 'hekjes' die de overweg duidelijk markeren voor het wegverkeer. Zonder die hekjes is het geheel echter al prima herkenbaar. De gebruikte verf is bij de materiaallijst te vinden. Misschien dat de witte randen rond de schilden opvallen: in het echt is die witte rand ook aanwezig, maar in model is het niet makkelijk om die aan te brengen: een fijne witte Edding marker en een vaste hand bood uitkomst: desondanks ben ik er nog niet helemaal tevreden over. |
|
|
De toekomst
De bouw van deze AKI-paaltjes heeft wel wat punten opgeleverd die voor verbetering vatbaar zijn: De meest belangrijke is de bevestiging van de andreaskruisen: die heb ik via een gebogen messing draadje aan de paal gelijmd met secondelijm: nou weet ik dat het natuurlijk allemaal fragiel spul is, maar ze zijn op deze manier veel te kwetsbaar, en het vastlijmen is ook geen gemakkelijk klusje.
De zonnekappen: deze vind ik eigenlijk te grof, maar daar heb ik nog geen andere oplossing voor gevonden. Waar ik wel een oplossing voor heb, is de lichtdichte afwerking van de 'lampen'
Eigenlijk zijn we er nog niet helemaal: Het geheel moet natuurlijk ook knipperen!
Hieronder het schema: transistor T1 inverteert het signaal van de 555, en zorgt zodoende voor het afwisselend oplichten van de LED's. De 'schakeling' voor het relais heb ik niet getekend, maar ik acht dat ook niet nodig: een schakelaartje dat de spoel van stroom voorziet lijkt me niet het moeilijkste aan deze schakeling: zorg er wel voor dat het relais in ruststand is als de witte lamp knippert, want een relais is niet zo'n zuinige verbruiker.
Onderdelenlijst:
Niet in het schema getekend: ontkoppelcondensator over de voedingslijnen: een 100 uF elco is voldoende Met de gegeven waardes voor R1, R2 en C1 komt de knipperfrequentie heel aardig in de buurt van de oude 45 keer per minuut: voor de nieuwe frequentie (90 keer knipperen per minuut) dien je R2 te verlagen tot 220 k ohm. Dit gezegd hebbende, zijn we aan het einde van het artikel gekomen. |
|