|
Hoornvlies-transplantatie. Op deze pagina is mijn 'dagboek' te vinden over de hoornvliestransplantatie die ik op 13 Januari 2009 heb ondergaan: het is geen werk dat van dag tot dag beschrijft hoe ik me voel, simpelweg omdat er van dag tot dag slechts weinig verandert en ik na een week verbeteringen/veranderingen pas beter merk. Overigens komen in deze tekst soms wat harde verwensingen (maar geen enkele keer grof of haatdragend uiteraard!) voor tegen de personen die mij behandel(d)en: dat is hoe ik er toen over dacht, en omdat dit toch een beschrijving is van hoe ik de hele situatie ervaren heb, heb ik dat onveranderd gelaten: ook toen besefte ik natuurlijk dat sommige (pijnlijke) dingen nodig waren, maar nu lijk ik dat beter in verhoudingen te kunnen zien. **In dit 'verslag' komen zo nu en dan namen van medicatie voor, en vooral hoe ik die ervaar: ga NIET af op die beschrijvingen, iedereen reageert anders op bepaalde medicijnen, en ga, mocht u zelf een dergelijke operatie te wachten staan, ook niet rekenen op het feit dat u dezelfde medicatie voorgeschreven krijgt.** Dag '1' Het is de dag voor de operatie: ik ben nu al bloednerveus, en eigenlijk mogen ze van mij al een infuus in m'n arm rammen om me vast weg te maken. Maak me maar wakker als het gedaan is, ik kan me dan ook niet echt herinneren dat ik echt geslapen heb. De dag van de operatie: De autorit naar het ziekenhuis toe ervaar ik in een roes. Ik ontkom er nu niet meer aan, niet dat ik dat ook echt wil, maar leuk is natuurlijk anders. In het ziekenhuis worden we naar de betreffende afdeling gebracht waar ik voor een paar dagen zal vertoeven. Kort na de aankomsttijd krijg ik de eerste druppels toegediend om m'n pupil te verkleinen (ook weer eens wat anders dan het wijd druppelen van de pupil wat ik al zo vaak meegemaakt heb) en om het donorhoornvlies beter geaccepteerd te laten worden door m'n eigen weefsel. Zo nu en dan zitten er verschrikkelijk pijnlijke druppels bij, vooral de druppels die volgens het schema 'Nafcon' of iets dergelijks heten prikken en branden verschrikkelijk. Ik sla met m'n vuist een paar keer op m'n been, om niet al scheldend en vloekend in m'n kamer te zitten. De Nafcon brand een tiental minuten later nog steeds verschrikkelijk, en maken het moeilijk om de rest van de druppels toe te dienen. Er flitsen een paar zinnen uit een foldertje door m'n hoofd, van ongeveer de volgende strekking: “Bij pasgeborenen is het over het algemeen mogelijk om na 9 maanden een transplantatie uit te voeren, maar over het algemeen wordt gewacht tot het 4de levensjaar.” Vuile sadisten! Hoe kun je dit een 4-jarige in vredesnaam aandoen! Een half uur voor de operatie moet ik een operatie-schort aan, wat trouwens ook in houd dat de rest van de kleding uit moet. Ik mag in bed gaan liggen, en kort erna krijg ik alvast 2 pijnstillers aangereikt, en daar achteraan een kalmeringsmiddel, iets dat de anesthesist geregeld had na de vraag of ik op zag tegen de operatie. Ik merk niet echt veel van het pilletje, maar om eerlijk te zijn denk ik dat ik op dit moment volledig de pan uit flip als ik dat pilletje niet had gehad. De verpleging komt mijn bed 'afkoppelen' (de stekker voor het electrisch verstellen van het hoofdeinde en de hoogte van het bed) en ik wordt naar de 'passagier-sluis OK' gereden, waarachter de 'pre-operatieve' kamer ligt. Het rijden erheen ervaar ik als vreemd, onprettig, en tegelijkertijd ook weer als heerlijk: ik ben nog nooit liggend in een ziekenhuisbed vervoerd (ja, toen ik 3,5 jaar was, maar daar weet ik niets meer van) en het voelt vreemd om al die bochten te maken en de lampen in het plafond langs te zien komen. De heerlijke kant zit 'm in het feit dat andere mensen nu over mijn lot beslissen: ik ontkom er niet meer aan: Shit, het is nu echt zover denk ik. Terwijl ik even diep ademhaal merk ik ook dat ik heel rustig ben: dat pilletje zal dus toch wel doen waar het voor gemaakt is. Na het 'aanmelden' bij de OK-sluis wordt ik de pre-operatie kamer binnengereden, en is het afwachten geblazen. Wordt vervolgd: het duurt allemaal wat langer dan gedacht, mede door de last die ik zo nu en dan van mijn oog heb. |