|
Giethars en zijn mogelijkheden.
Toen ik aan een fietsenstalling (in model uiteraard) begon, heb ik, als ondergrond een zakje met plasticplaat met stoeptegelmotief van Brawa gekocht. Toen ik dit artikel van Huib Maaskrant las besloot ik dat ook eens te proberen. Dus op een vrije donderdagmiddag even met de bus naar Amsterdam, en daarvandaan met de metro naar station Spaklerweg. Daar aangekomen loop je richting de Bijlmer bajes, daar ga je rechts de hoek om, en na een kort stukje lopen kun je al niet meer over het hoofd zien waar je moet wezen. |
|
|
Daar aangekomen de benodigde spullen gekocht:
Boodschappenlijst:
Het begint met het maken van de mal. Van hout of piepschuim maak je een bakje waar het origineel in past: aan de randen houd ik een ruimte van ongeveer 1 centimeter extra aan.
Lijm het te dupliceren origineel vast in het bakje, met secondelijm of een paar druppels houtlijm. |
|
|
Dan is het tijd om het rubber aan te maken: Reken uit hoeveel je ongeveer nodig hebt, en onthoud de mengverhouding van het rubber en harder: je hebt 5 % procent harder nodig en 95 % rubber. De eerste mal ging perfect, op het feit dat het origineel niet vast bleef zitten in het bakje, na. Mijn eerste te dupliceren object was een stationsdak uit een bouwpakket van Faller: achteraf was het beter geweest de mal rechtop staand te maken, zodat de mal niet in kan zakken, en de onderkant van het dak tenminste ook op de juiste manier behouden blijft bij het gieten. |
|
|
De tweede mal ging mis: Na de 'uitharding' (24 uur na het volgieten van het bakje) was de mal aan de bovenkant nog steeds zo vloeibaar dat het rubber aan je vingers bleef plakken als je je vinger er in drukte.
Bij de derde mal was het hetzelfde verhaal, terwijl ik het rubber en de harder toch zoals voorgeschreven afgemeten heb. De vierde mal zou een wat grotere mal worden dan de eerste 3, dus had ik uitgerekend dat ik 20 milliliter harder nodig had, voor 400 milliliter rubber.
Al bij het uitschenken kreeg ik het vermoeden dat ik ergens een rekenfoutje gemaakt had, en heb ik uiteindelijk maar 280 milliliter gebruikt (duur foutje overigens) |
|
|
Hiernaast zie je een mal, met daarin wat ramen, deuren en muurdelen van station Zevenbergen van Kibri. Geen enkel deel is te zien, want de mal ligt zoals deze gegoten wordt, pas als je deze omdraait zie je de delen.
Let op: het siliconen rubber lost niet op in water of terpentine, en het gaat ook amper van je handen af: als je het dus handig vind zou je daarom latex handschoenen kunnen gebruiken. |
|
|
De bestrating voor het perron is hieronder te zien. Hieronder zie je het perron compleet 'belegd' met de plaatjes uitgeharde giethars, die nog niet vastgelijmd en van een verflaag voorzien zijn. Ernaast zie je 2 detailfoto's van het stoeptegelmotief, en het kleurverschil tussen het origineel (van Brawa) en een door mij gespoten plaatje: het primer grijs komt al aardig in de buurt.
![]() Andere motieven. Een ander idee is om van Plastruct of Evergreen een plaat met straatmotief te kopen. Deze zou je, als je dat wil, allemaal in de winkel kunnen kopen, maar het gaat natuurlijk om het dupliceren via de giethars methode. Om eens wat te experimenteren met het zelfbouwen van huisjes heb ik plaatmateriaal van Auhagen gekocht, met baksteenmotief, 'wilde-steen' motief (hoe dit precies heet weet ik niet) en een dakpan-motief. Vooral het dakpan motief vind ik er erg realistich uitzien, en daar zal ik dus ook een mal van gaan maken. Van Plastruct heb ik een zakje met 2 platen met straatstenen met visgraatmotief gekocht, wat ook niet ontkomt aan het rubbermal 'proces' |
|
|
De 'megamal'
Samen met nog wat andere materialen heb ik de hierboven beschreven platen in een megamal gegoten van bijna 1,3 liter rubber. |
|
|
Wederom 24 uur later was de situatie zodanig dat de mal gelost kon worden. De 'wilde steen'-motief plaat, de baksteen plaat en de dakpannen plaat zijn allemaal gelukt. Bij de klinkerplaat met visgraatmotief ben ik voorzichtig geweest: hier bleek inderdaad (gelukkig aan het uiterste einde) een weke plek te zitten: het rubber bleef niet aan je vinger plakken, maar vormvast was het allermnist. Dus ook daar wat harder op gedruppeld en een beetje uitgesmeerd... maar ik bedacht een tweede methode. |
|
|
Botox voor mallen.
In de keuken lag al een tijdje een injectiespuit (met naald) die ik ooit als 'demomodel' bij de KNO-arts kreeg, na een paar vragen over een injectiekuur tegen hooikoorts, waarbij hij mij een injectiespuit die gebruikt wordt voor de kuren toonde (en die ik dus ook mocht houden)
Dus die injectiespuit heb ik gepakt, en gevuld met een heel klein beetje harder. |
|
|
Egale afgietsels, een probleem? Bij de bestrating van het perron van Laagdreef stuitte ik op het probleem dat de replica's uit giethars geen platte onderkant hadden, en daardoor geen mooi vlak perron opleverden: in het echt is een straat natuurlijk ook niet vlak, maar zo golvend en scheef als het perron van Laagdreef, dat kwam in het echt niet voor. Als gevolg daarvan bleven sommige treinen op de perronsporen steken, omdat ze met opstaptredes en andere uitstekende onderdelen het perron raakten (dat op sommige plekken een goede 3 mm omhoog staat) Om een egale replica te krijgen is het een oplossing om een dubbele, maar daarmee nogal complexe, mal te gieten. Bij dunne materialen is het vullen van de mal echter niet gemakkelijk: de giethars is dikvloeibaar, en luchtbellen hebben weinig neiging om op te stijgen in het mengsel. Naast het feit dat een dubbele mal moeilijk is om te maken, is het lossen van een afgietsel ook niet gemakkelijk. De oplossing is om de mal uit 2 delen samen te stellen, die na het gieten op elkaar gedrukt worden, maar ook hier geldt weer dat dergelijke mallen niet gemakkelijk zijn om te maken. Ik bedacht een andere manier, namelijk het gebruiken van de bovenkant (de gladde kant dus) van een andere mal. |
|
|
Van het stoeptegelmotief had ik namelijk al eens eerder een mal gemaakt, maar die bevatte een luchtbel, en was dus best bruikbaar, maar niet als je een vlekkeloos plaatje stoeptegels wou hebben. Daarom heb ik een tweede mal gegoten, die wel goed lukte. De bovenkant van de eerste mal gebruik ik nu om het geheel plat en egaal af te werken. Na het gieten van de giethars is het zaak de andere mal voorzichtig bovenop de andere mal met de giethars te leggen, en het teveel aan giethars eruit te drukken. Het te snel neerleggen van de afdekkende mal resulteert in het opsluiten van luchtbellen, die uiteraard het afgietsel verknoeien. En na voorzichtig aandrukken van de bovenste mal kan het geheel uitharden, en ziet het er (rechts) zo uit: |
|
|
Hoewel ik het over egale afgietsels heb, zal een afgietsel dat op deze manier geproduceerd word lang niet zo egaal zijn als een afgietsel dat echt uit een 'dubbele mal' afkomstig is. Desondanks is het resultaat veel beter dan wanneer de mal niet afgedekt wordt, al vereist een vlak afgietsel wel enige oefening.
In ieder geval kan na het uitharden de afdekmal verwijderd worden, en is het afgietsel met slechts zeer dunne gietvliezen 'verbonden' met de overtollige hars, die over de randen van de 'echte' mal gelopen is. Het is dus niet alleen een simpele manier om egale afgietsels te maken, de afgietsels hoeven ook minder nabewerkt te worden. Een probleem met het mengen van de giethars is de mengbeker: daarvoor kan je een dure maatbeker nemen, maar die kan je slecht schoonmaken, en kun je, als je pech hebt, na 1 maal gebruik, weggooien. Iets wat ik een jaar á anderhalf volgehouden heb, is het mengen in plastic koffiebekertjes: het ging prima, en na gebruik wierp je het bekertje toch weg. Tot er blijkbaar iets aan de samenstelling van de kunststof veranderde, want een nieuwe verpakking van exact hetzelfde merk, gaf ineens problemen. Ineens werd, een paar minuten na het mengen van de 2 componenten, het bekertje helemaal week: het was te vervormen, en bij het oppakken bleef de onderkant op de ondergrond achter, en trok je het bekertje met lange draden volledig uit elkaar. Ook met de angst dat dit het mengsel aan zou tasten, ben ik gestopt met de koffiebekertjes. Maar wat dan?
Het mooiste was iets flexibels: ik heb lopen denken aan het gieten van een rubberen beker, maar dat heb ik toch maar niet gedaan.
|
|
|
Maar, het spul was flexibel en gemakkelijk te reinigen, en als het de hitte van een oven kan hebben, kan het ook de warm wordende giethars aan: ideaal dus! Voor iets van een tientje kocht ik een exemplaar met 6 muffin-holtes: de kleur rood vond ik eerst niets, maar blijkt bij het reinigen toch wel handig te zijn. Ik heb het thuisgekomen natuurlijk meteen geprobeerd, en inderdaad, dit is toch wel de oplossing: na het uitharden kun je de resten makkelijk verwijderen, en kan je met een simpel stukje papier de laatste vettige resten verwijderen en kan je het 'mengbekertje' weer opslaan. |
|