Ik heb de wereld aan een draadje... Bovenleiding filosofie.
Laagdreef is een baan gesitueerd in de jaren 80, en stelt een enkelsporige geëlectrificeerde lijn voor, die eindigt in een 2 sporig kopstation.
En een geëlectrificeerde lijn zegt het al: dan is er dus bovenleiding nodig (tenminste, dat verhoogt het realisme wel)

Op m'n oude baan had ik Märklin bovenleiding, allemaal tweedehands spul, omdat de financiële middelen het toendertijd niet toelieten de boel nieuw te kopen.
Daarnaast bood het een tweede voordeel: het was dus niet al te duur, dus als er een keer wat stuk zou gaan vernielden we niet iets nieuws.

Op mijn nieuwe baan komt in ieder niet meer de grove bovenleiding van Märklin, maar maak ik het grootste gedeelte zelf.
De masten worden van messing, en uiteraard aangekleed met de nodige isolatoren.
Het draad maak ik van electradraad (VD draad) met een doorsnede van 1,5 mm2.
Nu hoor ik je denken: dat is veel te dik. Wel, dat is het ook. Om het echter te verkleinen ga ik een stuk gereedschap gebruiken waarvan ik me voor kan stellen dat je dat niet in huis hebt.
Voor het verkleinen van het draad heb ik een zogenaamd trekijzer gebruikt, wat een stuk edelsmid-gereedschap is.
Het is niets meer dan een blok metaal, waar een aantal gaten in zitten, van een bepaalde dikte oplopend naar een maximale dikte. Als je een draad hebt van een bepaalde diameter, die je kleiner wilt hebben, vijl of schuur je een punt aan het draad, steekt hem door een van de gaatjes, en trekt het draad er met een tang in zijn totaliteit doorheen. In stapjes van 1/10de millimeter wordt de diameter van het draad verkleind, net zolang tot je de gewenste dikte bereikt hebt (of de gaten in het trekijzer niet kleiner meer worden)

Van een stuk draad met een oppervlakte van 1,5 mm2 van ongeveer 1 meter lang heb ik een geschatte 8 meter draad getrokken met een diameter van 0,45 millimeter: ik kon nog een stapje kleiner, maar hoe dunner de draad wordt, hoe moeilijker het ook wordt er een goeie punt aan te vijlen, dus bij 0,45 millimeter vond ik het wel welletjes.

De masten

Voordat je gaat solderen is het misschien leuk om te kijken welke masten er allemaal te vinden zijn op het Nederlandse net, ik beperk me hierbij overigens tot de DIN-mast varianten: de betonnen masten rond Hilversum en de betonnen portalen in het zuiden des lands behandel ik hier niet.

LET OP: de tekeningen zijn niet op schaal.

De meest bekende varianten zijn deze 2 portalen, 'brede' middenhouder, en smal Y-stuk, respectievelijk links en rechts hieronder te zien.

portaal met brede rijdraadhouder portaal met smalle rijdraadhouder

Twee verschillende uitvoeringen op het portaal met Y-houder zijn hieronder te zien. De linker heeft de draagkabelhouders onderaan de draagbalk gemonteerd zitten, het model ernaast heeft een asymmetrische rijdraadhouder. Het nut hiervan is dat er bij werkzaamheden aan de bovenleiding aan de linkerkant van het portaal waar de rijdraad aan de staander is opgehangen, de monteur erg dicht in de buurt kan komen bij de Y-steun, met natuurlijk de nodige risico's.
Door de Y-steun asymetrisch te maken is dat gevaar er niet. Voor het andere spoor maakt dat niet uit, dat spoor is toch al buiten dienst als er aan de bovenleiding gewerkt wordt.

portaal met hangende draagkabelhouders portaal met asymmetrische houder
De enkele mast is in behoorlijk wat uitvoeringen te vinden, en de uitvoering hangt dan ook vaak af van de beschikbare ruimte naast, of boven het spoor.

De linker mast komt het meest voor, en zal je dan ook het vaakst zien op enkelsporige lijnen: de mast ernaast is een uitvoering die wel gebruikt wordt bij het afspannen, waarbij het ene draagbokje gebruikt wordt voor de draagkabel, en het andere voor de versterkingsleiding.

Enkele standaard mast Enkele standaard mast met 2 draagbokken
Deze 2 masten worden veel toegepast als de ruimte tussen rijdraad en draagkabel kleiner wordt: de rechtermast wordt gebruikt als de afstand tussen rijdraad en draagkabel nog hooguit een centimeter of 15-20 bedraagt, en bijna onder een viaduct of ander object hangt. Enkele mast beperkte hoogteEnkele mast beperkte hoogte
Nog 2 verschillende vormen, deze kun je onder andere rondom Veenendaal, Amsterdam Sloterdijk en Uitgeest vinden: de rijdraadhouder is hetzelfde als bij de masten hierboven, maar in plaats van draagbokken wordt hier gebruik gemaakt van een isolator, die de draagkabel vasthoudt middels een omgekeerd U-vormig beugeltje.

Bij de laatste mast wordt de draagkabelhouder aan de mast 'gespannen' door middel van een staalkabel.

Op de standaard variant zijn nog wat kleinere variaties: dubbele draagkabelhouders bijvoorbeeld.

Station Laagdreef en zijn omgeving krijgen eigenlijk alleen de standaard enkele mast: er komt misschien een portaaltje hier en daar, maar verder hou ik het bij enkele masten, simpelweg omdat de lijn naar het station enkelspoor is, en de stationssporen ook enkelsporig ingericht worden.

Oude mast Oude mast
Nog bijzonderderdere uitvoeringen:

Een beetje spitten tussen de foto's levert aardig wat extravagante bovenleidingmasten op, zoals deze hier bij Zaandam:

Ernaast is een type te zien, dat niet meer wordt toegepast: het werken aan de bovenleiding was met deze masten namelijk heel link vanwege de zeer geringe afstand tussen rijdraad en mast.

Bijzondere mast bij Zaandam Oud type mast
Op andere plekken waar 1 mast gebruikt wordt voor het overspannen van 2 sporen, maar de sporen verder uit elkaar liggen door steunpilaren tussen de sporen of andere zaken, wordt een grote diversiteit aan constructies gebruikt.

Hiernaast staat een tekening van een uitvoering die tussen Maarn en Veenendaal te zien is. De sporen liggen daar blijkbaar zo ver uit elkaar dat een gewone verlenging van de zijwaartse met 2 hoekprofielen blijkbaar niet toereikend was. Daarom is er aan de horizontale uitlegger aan beide kanten van de mast een Y-steun bevestigd zoals deze bij de dubbelspoors-portalen te vinden is.

Oud type mast
Als de sporen nog iets verder uit elkaar liggen én de afstand tussen rijdraad en draagkabel wordt erg klein, dan wordt er uitgeweken naar constructies zoals hiernaast afgebeeld is: een enkele mast met brede horizontale profielen en dubbele draagbokken voor de draagkabel en versterkingsleidingen. Enkele mast overspanning 2 sporen en beperkte afstand draagkabel-rijdraad
Wordt de afstand tussen rijdraad en draagkabel nog beperkter, dan wordt de constructie nog complexer. De draagkabel en de versterkingsleiding worden dan ondersteund door een buis die aan 2 kanten met een isolator aan de mast wordt bevestigd: de isolatoren zijn op hun beurt weer gemonteerd aan kleine profieltjes.
De rijdraad wordt vervolgens op de 'normale' manier aan de mast bevestigd.

De reden voor deze ophanging is waarschijnlijk dat de rijdraad op deze manier nog omhoog en omlaag kan bewegen, zonder dat bij het omhoog bewegen de rijdraad per ongeluk in contact zou kunnen komen met het metaal van de draagbok die normaal gebruikt wordt, inclusief de kortsluiting die daarmee natuurlijk ontstaat.

Enkele mast overspanning 2 sporen en zeer beperkte afstand draagkabel-rijdraad
Als al het bovenstaandje je nog niet spannend genoeg is, dan kun je altijd voor deze variant gaan die ik aantrof op station Amersfoort.
Een enkele mast, boven 1 spoor 2 draagbokken, aan 1 kant dubbele uithouders inclusief trek-pijp constructie, aan de andere kant 1 uithouder en 1 trek-constructie met kabel en isolator en alsof dat nog niet genoeg is doet de mast ook nog eens dienst als afspan-punt: weliswaar zonder gewichten, maar niettemin indrukwekkend. De mast wordt aan de achterzijde dan ook met 2 paar trek-ankers overeind gehouden.
Enkele mast overspanning 2 sporen dubbele uithouders, trekpijpen, draagbokken en afspanning
Ook op Venlo zijn aparte constructies te vinden:

Aparte constructie op station Venlo Aparte bovenleidingmast op station Venlo

Deze overspanning op station Haarlem lijkt me, op zijn zachtst gezegd, wat complex om in model uit te voeren...

Redelijk complexe vakwerkmast op Haarlem

24-10-2011: Variatie!

Als er iets is waar we in Nederland veel varianten van kennen dan zijn het wel bovenleidingspalen: de basis is vaak wel hetzelfde, namelijk een stalen H (of zo u wilt I) profiel, maar vervolgens kunnen er allerlei fantastische constructies aan de paal gemonteerd worden. Hieronder een paar extra voorbeelden, die vooral voortborduren op de hierboven geplaatste tekeningen:

DIN-mast met stalen kokerbalk, pijp, en trekpijp voor rijdraad-ophanging
Van boven naar beneden zien we:
De versterkingsleiding: deze is door middel van een isolator opgehangen aan een rechthoekige stalen kokerbalk: de maten zijn me helaas onbekend, maar ik schat 50 x 80 millimeter. Het houdertje aan de isolator kan trouwens met de rijrichting mee 'kantelen': de isolator in z'n geheel kan ten opzichte van de bevestiging zich haaks op het spoor bewegen: in model een leuke mogelijkheid de isolator schuin vast te lijmen.
De draagkabel: deze is met eenzelfde isolator opgehangen aan een ronde stalen buis: een staalkabeltje zorgt ervoor dat de buis niet naar beneden valt: deze is namelijk niet vast met de mast verbonden. Aan de draagkabel is ook een deel van de trek-pijp constructie bevestigd, in de geest dat er altijd aan de rijdraad getrokken wordt, en er nooit geduwd wordt.
De rijdraad: deze is met een standaard isolator en een trek-pijp constructie bevestigd aan de mast: hierboven is het nut van deze bevestiging al uitgelegd.

Een variant op bovenstaande mast is deze, die al wat weg heeft van de Duitse ophanging.

DIN-mast met stalen kokerbalk, pijp, en trekpijp voor rijdraad-ophanging
De versterkingsleiding is door middel van een standaard isolator, staand op een rechthoekige stalen kokerbalk, aan de mast bevestigd.
De draagkabel is via de inmiddels bekende isolator opgehangen aan een ronde buis: merk op dat de isolator hier behoorlijk schuin hangt. De ronde buis wordt ondersteund door een iets dunnere ronde buis.
De rijdrdaad: door middel van een standaard uithouder bevestigd aan de paal.

Een variant op bovenstaande mast is het ontbreken van de rechthoekige kokerbalk voor de versterkingsleiding: in plaats daarvan wordt de versterkingsleiding direct met een isolator op de paal bevestigd.

Verder gaat hoogstwaarschijnlijk de stelling op dat er nog heel wat variaties zijn, en dat als je iets wil dat eigenlijk niet bestaat, het vast ooit wel bestaan heeft. Mocht je station midden in een verbouwingsfase zitten, dan is de oplossing zoals hier op Utrecht CS te zien is wel een idee: de hoofdmast is weggezaagd omdat deze hoogstwaarschijnlijk in de weg stond: om toch de bovenleiding omhoog te houden is deze constructie bedacht.

Let overigens ook op het 'portaal' op de voorgrond: dat is geen verbouwingsconstructie maar een veel modernere variant op het welbekende portaal dat in dit geval dwars (was daar nou niet wat mooiers op te vinden?) door de perronoverkapping steekt.

bovenleidingconstructie op Utrecht CS vanwege verbouwing

Een nog veel apartere constructie zag ik op 6 November 2011 op een foto die ik ongeveer 4 jaar eerder maakte: kijkende naar deze foto viel me ineens de geknikte bovenleidingsmast rechts in beeld op. Of nou ja, was hij wel geknakt? Ik verliet het bekijken van de foto op schermvullend formaat, en keek er eens op het originele formaat naar.
Waarschijnlijk zou de constructie net in het Profiel Vrije Ruimte (PVR) staan als de mast op die plek recht omhoog zou gaan, dus heeft men er een knikje ingelast: de krachten moeten enorm zijn op dit punt.

bovenleidingmast met knik geknikte bovenleidingsmast
De draad.

Hoewel het erg droog klinkt is een draad niet zomaar een draad. In de bovenleidingkabels zijn allerlei details te vinden die de modelbovenleiding kan verfraaien.
Het meest bekend is misschien wel 'de krul' die je hiernaast ziet. Deze krul komt zowel 'enkeldraads' als 'dubbeldraads' voor.
Deze krullen hebben (vermoed ik) niets meer te doen dan simpelweg een verbinding zijn tussen
versterkingsleiding, draagkabel en rijdraden: de krul zit er puur in om bij temperatuurverschillen geen problemen te
veroorzaken tussen de verschillende leidingen. Daarnaast kan de rijdraad vanwege de afspanning ook bewegen en ook daarvoor is
de krul een mooie oplossing om ongewenste krachten te vermijden.

Krul in bovenleiding
Een tweede uitvoering van de krul is deze, waarbij door middel van een draad 2 bovenleidingen gekoppeld worden. De andere krul is verborgen achter de kop van de Koploper, Apeldoorn, 2 Maart 2007.

Uren staren (niet aan een stuk natuurlijk) naar de bovenleiding leerde me dat de krul in het algemeen om de 2 draadstukken wordt toegepast.

Dubbele bovenleidingkrul
Iets waar ik lang steeds op heb zitten letten is de 'V-draad' die zo ongeveer om de 13-15 masten in de bovenleiding te vinden is.
Vanaf de mast gaat ineens vanaf de draagkabel een dun draadje richting rijdraden, die 'onderweg' aan alle hangdraadjes vastgemaakt is, en precies in het midden de rijdraden 'raakt' en vervolgens weer bijna tot aan de volgende mast omhoog gaat tot hij vastgemaakt wordt aan de draagkabel.

Omdat de grondstoffen voor de bovenleiding behoorlijk aan de prijs zijn, en niets bij de spoorwegen 'zomaar' aangebracht is, bleef ik me verwonderen over het nut van deze toevoeging.
Het waarom werd me pas bij het lezen van een Railhobby met een artikel over de bovenleiding duidelijk: het is een draad die voorkomt dat de rijdraad 1 kant opgetrokken kan worden door de trekgewichten.

De rijdraad is over een afstand van ongeveer 1500 meter opgehangen, en aan elke kant wordt er door middel van afspan-inrichtingen met zo'n 1,5 ton aan de rijdraad getrokken.
Als 1 van die afspan-inrichtingen een beetje vastgeroest is of door een andere oorzaak niet veel beweegt, dan zou de
andere inrichting het meeste werk verrichten.
Als vervolgens de vastzittende inrichting de draad laat vieren, zal de andere inrichting nog meer aan de draad gaan
trekken, tot een punt dat de uithouders aan de masten dat niet meer aankunnen, of de hangdraden knappen omdat de
rijdraad teveel 'opzij' getrokken wordt.

Daarvoor is de hiernaast staande draad, gefotografeerd op station Den Haag Laan van Nieuw Oost-Indië.

Precies in het midden van een draadsectie is deze draad aangebracht die daarmee een soort nulpunt vormt voor beide afspan-inrichtingen. De draagkabel is vast gemonteerd aan de draagbokken. Vervolgens is aan de draagkabel en hangdraden deze V-draad bevestigd, waardoor de rijdraad van dit draadstuk niet kan bewegen ten opzichte van de draagkabel.
Zodoende is er aan beide zijden van dit draadstuk evenveel bewegingsruimte voor de rijdraad om uit te zetten en te krimpen, zonder dat de draad teveel één kant op getrokken wordt.

V-draad op station Den Haag Laan van NOI
Afspaninrichtingen:

De bovenleiding dient strak opgehangen te zijn tussen de masten. Zoniet, dan slijt de draad sneller wanneer een pantograaf deze raakt, omdat de draad iets inzakt.
Daarom wordt de draad om een aantal meter afgespannen door middel van flinke gewichten.

En vanaf hier houd het even op, ik dien hier nog een plaatje voor te zoeken.

De masten solderen.

De masten maak ik van messing, van H en U profiel. Het H profiel meet 3 x 3 millimeter, en het U profiel meet ongeveer 3 x 1 millimeter, en heeft een ingefreesde groef van ongeveer een halve millimeter diep.
De uithouders (de 'stang' die de rijdraad vasthoud) heb ik in eerste instantie gemaakt van 0,8 mm dik messing draad: dit blijkt echter te dik om een Viessman isolator overheen te schuiven en vast te lijmen, dus ga ik voor de dunnere variant, die ongeveer 0,3 mm dunner is. Het spreekt voor zich dat dit van te voren uitproberen heel wat ellende bespaart, want na een stuk of 20 masten in elkaar gesoldeerd te hebben heb ik ook de te dikke uithouders al gesoldeerd, die ik dus weer los kan gaan solderen.

Verdere benodigdheden:
Soldeerbout 25-30 Watt met spitse punt. Misschien dat een wat hoger vermogen soldeerbout beter werkt, maar ik ondervind geen problemen met mijn 30 Watt bout.
Soldeertin (heel logisch natuurlijk)
Set sleutelvijltjes.
Boortje dat de dikte van de uithouder benadert (soldeert steviger vast)
Platbektangetje.
(figuur)zaagje om de profielen op maat te maken.

Goed, alle benodigdheden om het spul in elkaar te solderen staan hierboven, maar om ervoor te zorgen dat elke mast er hetzelfde uit komt te zien kun je het beste een mal maken (dit soldeert ook veel sneller)
Ik heb een mal gemaakt van een overgebleven lat die, uiteraard, al afgezaagd is. Bovenop dat oppervlak heb ik met balsahout de mal gemaakt, door de strookjes balsahout gewoon met houtlijm vast te lijmen. Gebruik, om de bovenste uithouder haaks te monteren een blokhaak om het hout voor de mal ook haaks te kunnen lijmen.

Wat rest zijn de diverse stukjes materiaal op maat zagen, afwerken, en het geheel in elkaar solderen.

Hiernaast zie je de allereerste mast: ik heb hierbij een foutje gemaakt: de flens van het H profiel hoort evenwijdig aan de rijrichting te staan, en als je er even bij nadenkt is dat ook heel logisch: op deze manier staat de mast sterker om zijwaartse krachten op te vangen, terwijl de voor- en achterwaartse krachten veel groter zijn (in het echt dan natuurlijk, niet in model)
Uiteraard heb ik alle andere masten wel juist gesoldeerd.

Bovenleidingmast in model
Goed, de masten zijn klaar, nu rest alleen nog de draden. Draden kopen vond ik geen geweldige oplossing, omdat deze een vastgestelde hoogte hebben tussen rijdraad en draagkabel, en omdat mijn masten natuurlijk Nederlands zijn, en niet Duits, maak ik mijn eigen draden.

Enige, hoe lang zijn stukken bovenleiding op een stuk recht spoor? Ik heb werkelijk geen flauw idee, dus ben ik eens gaan spitten in mijn foto's, om te kijken of ik daar ergens misschien een foto had van een treinstel, waarop, door de zon, de schaduwen van de masten verschijnen, en als je weet hoe lang een bepaald deel van het treinstel ongeveer is, kun je ook de lengte van 1 draadstuk uitrekenen.

Na enig zoekwerk, kwam ik de hiernaast staande foto tegen:

DD-AR stam met 1700 loc
Dus ben ik eens gaan kijken naar de schaduwen op het treinstel, wat onderstaande informatie opleverde (op een groter formaat is het helaas duidelijker te zien, dus daarom heb ik er maar pijltjes bijgezet)

Aanduiding lengte

De afstand tussen de pijlen is ongeveer 53300 millimeter (53,3 meter dus)
Omgerekend naar H0 komt dat neer op ongeveer 612 millimeter. 61 centimeter is echter compleet onacceptabel voor de modelbouw, omdat we in de modelbouw veel krappere bogen toe moeten passen. En omdat er veel krappere bogen toegepast worden, moet de afstand tussen bovenleidingmasten in bochten ook veel kleiner worden: een overgang van 61 centimeter naar een tussenafstand van ongeveer 20 tot 25 centimeter (wat natuurlijk afhankelijk is van de boogstraal) ziet er niet uit.

Zodra ik de bovenleiding ga plaatsen wordt dit artikel vervolgd.

Aanvulling! 20-1-08

Een eerste draadstuk met 0,45 millimeter dik draad liet meteen zien dat die dikte wel erg optimistisch gedacht is: het draad is niet in mooie rechte stukken te krijgen. Dat wordt dus dikker draad, ik ga nu naar de 0,8 millimeter.

Wordt vervolgd.

26-1-08 Draagkabelhouders gemonteerd.

Ik liep al een tijdje te denken hoe ik de draagkabelhouders zou maken: zelf maken zag ik niet zitten. Dus daarom op een vrijdag maar eens de modelbouw-winkel ingestapt en daar de sommerfeldt catalogus doorgebladert, en de benodigde houders gevonden.
Het gaat om Sommerfeldt Nr. 504 'Isolatorbrücke'
In een zakje krijg je 20 isolatoren, 3 stukjes draad om de isolatoren in de houders te bevestigen, en 10 houders.
Denkende dat dat me een fortuin zou gaan kosten, viel de prijs van 5,95 erg mee.

De kabelhouders zelf zijn te solderen. Voordat ik dat gedaan heb heb ik wel de 4 'pootjes' die eraan bevestigd zijn afgeknipt, die (vermoed ik) bedoeld zijn om op Sommerfeldt bovenleidingmasten te bevestigen.

En na een uurtje solderen heb je er 10 gemonteerd, en zie je hiernaast het resultaat: ik heb de draagkabel-isolator nog niet vastgelijmd, omdat ik de mast eerst in de verf wil zetten, als je de isolator dan al monteert krijgt die dezelfde kleur mee als de mast, wat natuurlijk niet de bedoeling is.
De rijdraad-uithouder heeft een isolator van Viessmann, de draagkabelhouder de isolator uit het setje van Sommerfeldt.

Naast de draagkabelhouders heb ik ook de rijdraad-uithouders vervangen. Nu past er wel een Viessmann isolator omheen. Of de dunnere uithouders wel geschikt zijn moet nog blijken, maar dat moment duurt niet lang meer (hoop ik)

Gemonteerde mast
Na veel ander werk voor de modelbaan gedaan te hebben, besloot ik me toch weer even op de bovenleiding te storten.
Al eerder had ik een van de masten in de primer gezet (een spuitbus van Dupli-color) en wat geëxperimenteerd met wat verf van Revell.
Keer op keer kon ik echter de juiste kleur niet vinden: het was steeds te donkergroen, een kleur groen die teveel het 'duitse' bovenleidingpaal-groen benadert.

Dus na een tijdje in de modelbouwwinkel even flink te hebben staan vergelijken bij het verf-schap, uiteindelijk een potje verf van Modelmaster gekocht.
Dat heeft een tijdje ongebruikt staan wachten (ik was met andere dingen bezig) en een paar dagen geleden dan toch maar eens een penseel ter hand genomen, en... ja, dit was de kleur die ik zocht. De kleur betreft kleur 2062 'Raf interior Green'

Bovenleidingmasten in de verf
Op de bovenstaande foto zijn de bovenleidingmasten te zien. De uithouders zijn gewoon primer-grijs, uit een potje Primer van Tamiya.
Tipje voor het opbrengen van deze verf: de primer droogt erg snel. Door een relatief groot penseel te nemen om de uithouder te schilderen kun je het schilderwerk in 1 streek afronden, zonder met een opdrogende laag verf en penseel te zitten.

Voor de sporen bij het station ben ik bezig met de masten waar de bovenleiding eindigt.
Hier wil ik geen H profiel mast gebruiken, maar een zogenaamde DLO-paal, een veel zwaardere mast, die echter wel behoorlijk bewerkelijk is om in model uit te voeren, na het uitzagen van de gaten in de messingstrips had ik het na 2 strips ook wel even gezien. Rechts de strips onafgewerkt na het zagen (met een figuurzaag uiteraard)

DLO paal in model
Voor meer informatie over de DLO-paal, zie deze pagina van de modelspoorencyclopedie direct gelinkt naar de afspaninrichtingen in DIN en DLO formaat.
Inmiddels heb ik beide DLO-palen in elkaar gesoldeerd: iets dat een redelijk klusje was, en ook niet helemaal goed gegaan is: beide masten hebben een lichte draaiing in hun lengte-as, de eerstgemaakte mast wat meer dan de tweede.

Op de foto hiernaast is een van de strips messing te zien, die zojuist de voorbereiding voor het zagen heeft gehad: ik heb een hekel aan bochtjes zagen met de figuurzaag, en daarbij komt dat de zaagjes die ik gebruik erg breekbaar zijn (er is niet veel voor nodig om ze te laten knappen/breken) Dat betekent dus wel veel gaatjes boren, maar je krijgt er wel veel gemak bij het zagen voor terug.

Voor het zagen
Een wat vervelend verschijnsel: na het knippen van het messing, en na het zagen van de gaten heeft het stripje messing de vervelende neiging te gaan krullen, maar geen nood.
gekrulde messingstrip
Men neme een behangnadenroller, en gaat daarmee stevig in de lengterichting over het stripje messing: om het recht te krijgen werkt het (eigenaardig genoeg) beter als je het stripje eerst 'berolt' 'met de krul mee' en dus niet omdraait om meteen de krul weg te 'walsen'
Als je eerst 1 keer met de krul mee rolt, en daarna pas het stripje omdraait, is het geheel beter plat te krijgen (helemaal plat lukt niet met de behangnadenroller: daarvoor zul je een kunstof hamer moeten pakken, en op een vlaktas (zware metalen slagplaat) het geheel voorzichtig plat moeten meppen.
En het stripje is weer recht
Op de foto ben ik bezig met het aan elkaar solderen van 2 delen van de mast: om dit zo haaks mogelijk voor elkaar te krijgen, fixeer ik beide delen aan de binnenkant van een aluminium profiel, met behulp van PVC-tape, dat verbazingwekkend veel aan hitte kan hebben (ik had verwacht dat het bij de eerste de beste soldeeractie zou gaan meuren als de pest, maar ik heb vrijwel niets gemerkt)
Hierna de beide delen verhitten, en tin toevoegen: vaak zul je met een platbektang of iets van gelijke strekking een van de delen een beetje tegen het profiel aan moeten duwen om te voorkomen dat je de 2 delen scheef aan elkaar soldeert.

Ik heb overigens geen exacte maten van deze mast: ik heb deze dan ook geschat op basis van de tekening op modelspoorpraktijk.nl

Delen aan elkaar solderen
Het enige dat nog rest is het schilderen van de masten, daarna ga ik verder met de 'funderingen' van de masten, die bestaan uit een blokje balsahout, dat ik aan 4 kanten schuinf af zaag.

Daarover binnenkort meer.

Na een paar dagen het modelbouw-werk met rust te hebben gelaten nam ik toch weer het penseel ter hand om de masten in de verf te zetten.
Ik wil even benadrukken (iets wat ik nog niet gedaan heb) dat deze masten in elkaar zetten en tot een goed eindprodukt niet iets is wat je zomaar doet: vooral het schilderen kost tijd, omdat ook de binnenkant een kleur moet krijgen, en dat echt pas kan als alle delen gesoldeerd en afgewerkt zijn: je zult dus met het penseel door de gaten heen de binnenkant moeten schilderen: iets dat even duurt, maar het eindresultaat mag er wel zijn vind ik. De bovenste draad die je op de foto nog uit ziet steken is bedoeld voor de extra draad boven de draagkabel, die is echter nog niet geplaatst, dus is die voorlopig nog niet 'aangesloten'
DLO paal
Overigens is de bovenleiding nog niet klaar: alleen bij het station, boven spoor 2 moet ik nog een speciaal stuk bovenleiding plaatsen, en bij het spoor vanaf het opstelterrein moet nog een 'vanger' gemaakt worden (de treinen rijden met hun pantograaf omhoog richting het bedrade gedeelte van de baan, en de pantograaf wordt dan 'opgevangen' voor een omhoog gebogen stuk rijdraad.

Na dit werk dien ik de funderingen te maken voor de masten, en dan de rijdraden nog van een kleurtje voorzien, wanneer dat achter de rug is kan ik me volledig richten op het ballasten van de rails: daarna kan de bovenleiding definitief geplaatst worden, en komt er opnieuw een periode van testrijden aan, maar zover is het dus nog niet, maar ik ben bezig...

Portaal speciaal

Op de baan is het samenkomen van de rijdraden ter hoogte van het wissel naar de perronsporen een lastig punt: maar liefst 3 stukken draad komen hier samen.
Om die krachten het hoofd te bieden besloot ik een speciaal portaal te maken, lichtelijk gebaseerd op een portaal dat ik in Beverwijk aantrof. Hiernaast dat speciale portaal.

Naast de krachten die zullen ontstaan door het trekken van de bovenleiding (even voor de duidelijkheid: de bovenleiding staat bij mij echt onder mechanische spanning) heeft het portaal nog een andere functie, maar die wordt met de volgende update wel duidelijk.

Zodra de bovenleiding aan bod komt op de nieuwe baan gaat dit gedeelte verder.

Vreemd portaal in Beverwijk