|
Orenstein & Koppel, maar dan in model: een oudgediende van Fleischmann
|
|||||||||||||||||||||||
|
Bij de eerder beschreven sloop-opkoop op deze site, zat onder andere dit diesellocje, een model van de firma O&K, dat vooral bekend is vanwege de bouw van locomotieven die ingezet worden in de industrie. Ik zag een mooie rol weggelegd voor dit model op mijn baan, maar eerst zal er toch wat aan het uiterlijk moeten veranderen voordat het zover is. Het model rechtstreeks van de sloop-opkoop: veel verf, veel beschadigingen en vooral gebruikssporen. In het dak zit een gat, en na voorzichtig schuurwerk bleken er nog 2 gaten aanwezig te zijn.
De 2 'bufferbalken' zijn zwaar verbogen, zijn aan de grove kant, en aan beide zijden omgebogen, in een van de fronten zit in het derde frontsein een gat en zo zijn er nog wel wat kleinigheden te noemen.
Technisch was het stel nogal... uh... hoe zal ik het zeggen... vies, ranzig, vol met stof, en ga zo maar even door. |
|
||||||||||||||||||||||
|
De motor draaide dan ook niet wanneer ik er spanning opzette (dom eigenlijk, maar goed) Dus openmaken om het stof en zo te verwijderen. Dat was het plan tenminste. Aan de onderkant zat een schroefje, maar het loshalen daarvan resulteerde alleen in het loslaten van de contact-strippen en ander metaalwerk.
Goed, verder maar eens kijken dan. Ik boog de zijkanten voorzichtig naar buiten, maar het innerlijk viel niet naar buiten. Toen probeerde ik de voor- en achterkant voorzichtig naar buiten te buigen: niets. Wat bleek: met het losdraaien van de buffers moest het innerlijk toch echt vrijkomen. Dus met een tangetje voorzichtig de buffers beetgepakt, en een slag naar links gedraaid, waarna ik de buffers verder met de hand los kon draaien, en inderdaad! toen stond het chassis voor me. Wel opletten overigens: met het losdraaien van de buffers valt ook de koppeling eruit, een metalen plaatje om de koppeling op zijn plaats te houden, een stukje verenstaal om de koppeling in het midden te houden, de schortplaat met de 2 'handgrepen' en de blokjes lood. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Het innerlijk was een ware ramp: ik heb (figuurlijk weliswaar) een paar kilo stof kunnen verwijderen tussen de tandwielen, verwikkeld om de tandwiel as, om de tandwielen zelf, en om de wielassen. Na het ontstoffen kwam er een blik op de tandwielen zelf: Die waren ongelooflijk smerig. Na een eerste reinigingsbeurt met wat alcohol leek alles redelijk schoon, maar een paar dagen later bleek dat 2 tandwielen, die toen zwart waren, eigenlijk semi-transparant hoorden te zijn. Dus toen heb ik alle tandwielen in een badje met alcohol gegooid, en een dag laten werken. Daarna kwam alles er brandschoon uit, en werd alles weer gemonteerd aan het chassis.
Toen waren de koolborstels en de collector aan de beurt: de collector viel eigenlijk best mee: ik heb erger ingebrande contactvlakken gezien, maar er kwam met veel alcohol een hele hoop troep vanaf. |
|
||||||||||||||||||||||
Goed. Het 'geval' reed na wat drupjes olie op de tandwielen en andere draaiende delen weer, dus nu was het uiterlijk aan de beurt. Allereerst wat opsommingen wat er bij de ombouw verbeterd gaat worden:
|
|||||||||||||||||||||||
|
Goed. De verf moest eraan geloven, dus in de blue wonder ermee! Als je goed kijkt kan je de kap zien liggen. Dit schoonmaakmiddel werkt voor sommige soorten verf bijzonder goed: mijn ervaring is inmiddels dat Lima-verf niet van wijken weet wat dit middel betreft. Maar gezien het feit dat ik mij niet voor kan stellen dat de originele (fabrieks) verf nog aanwezig is op dit model, probeerde ik het in de Blue Wonder. (en daarnaast is dit ook geen Lima model) |
|
||||||||||||||||||||||
| Ongeveer 7 uur en wat geborstel met een tandenborstel later... De verf begint het duidelijk te verliezen: ik moet wel zeggen, het ging bijzonder snel dit keer... |
|
||||||||||||||||||||||
|
Na nog eens 4 dagen weken, en het daarna af te borstelen met een medium-hardheid tandenborstel bleef dit over: een uitermate lelijk gekleurd kapje. De Blue Wonder was zijn werking inmiddels verloren: het geheel was te verontreinigd geraakt om verder nog verf te verwijderen. Maar ik kon dat niet hebben, dus heb ik een oude koffiefilterhouder gepakt, een koffiefilter, en een glazen pot, en ben stukje bij beetje de blue wonder in het koffiefilter gaan gieten, in de hoop dat er een wat gezuiverd schoonmaakmiddel over zou blijven. |
|
||||||||||||||||||||||
|
En het koffiefilter, gevuld met een scheut chemische rotzooi: de oliekringen zijn duidelijk te zien. Het heeft uiteindelijk niet geholpen: de meeste verfdeeltes glipten gewoon door het koffiefilter heen, en wat overbleef was dezelfde bruine vloeistof als voor het 'filteren' (het heeft wel geholpen, maar alleen de grovere delen, die vrij snel naar de bodem zakten, waren uitgefilterd) |
|
||||||||||||||||||||||
|
Dus dan rest er niets anders dan het geheel weg te gooien (met alle 'afgebeten' verf denk ik dat dit inmiddels een kandidaat geworden is voor het klein chemisch afval) en een nieuwe fles Blue Wonder te kopen. Daar de bak weer mee gevuld, kap van het locje erin... en een nacht slapen later: Ongelooflijk! Het schoonmaakmiddel heeft het grootste gedeelte van de verf letterlijk VAN de kap getrokken: ik heb hier nog niets gedaan: niet geborsteld, het bakje heen en weer bewogen... niets. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Goed. De verf is er af, dus nu is het tijd om de overige dingen te perfectioneren, voordat de nieuwe verflagen aangebracht worden: de klinknagels die aan 1 kant van de lok te vinden zijn heb ik verwijderd: dat waren in totaal 10 klinknagels, en dat vond ik gewoon niet staan: of klinknagels en dan meteen een behoorlijk aantal (10 aan elke kant bijvoorbeeld) of helemaal niet. Met een gutsje waren de klinknagels zo verdwenen.
Ik ben nu bezig met de inbouw van een nieuwe motor, het enige dat ik daar tot nu toe over kan zeggen: het verloopt voorspoedig! 31-10-2008 Nieuwe motor bevestigd.
Na veel pas en meetwerk, veel vijlen, boren en andere werkzaamheden, is de nieuwe motor bevestigd aan het chassis van het locje.
Na lang wikken en wegen besloot ik te kijken of ik de motor niet vast kon zetten door net onder een van de wiel-assen door te boren, en uiteindelijk volledig door het chassis te boren en zo een mogelijkheid te scheppen de motor vast te schroeven.
Uiteindelijk heb ik toen iets bijzonder gewaagds gedaan, en heb ik een nieuw gat IN het chassis van de motor geboord, en daar vervolgens nieuw schroefdraad (M2) in getapt. |
|||||||||||||||||||||||
| Een testritje op de baan: Let niet op de exotische kleuren van de draden die naar de motor lopen: ik heb letterlijk gebruikt wat als eerste uit de zak met stukken draad stak. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Het chassis even op zijn rug gelegd: de bevestiging van de motor is nu zichtbaar: het kleine schroefje is het M2 schroefje dat de motor op zijn plek houd.
Inmiddels heb ik ook een van de loodblokjes verzaagd zodat het model ook weer wat gewicht heeft: door de motor-as steun (het stukje dubbelzijdig koper printplaat) pastte een van de blokjes lood niet meer. Dus dat moest verzaagd worden om ruimte te bieden aan het steuntje voor de motor-as. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Na nog een paar uur arbeid, heeft het kapje nu geen frontseinen meer: die worden vervangen door nieuwe exemplaren: de 2 derde frontseinen heb ik laten zitten: die zitten op een vervelend onhandige plek, en daarnaast vind ik het ook wel wat hebben als het derde frontsein groter is dan de andere 2. Van die 2 seinen moest er wel 1 gedeeltelijk gereconstrueerd worden: die was door de vorige eigenaar al toegetakeld met een boor, zodoende was de ring die het sein voor moest stellen gedeeltelijk weggeboord, en was ook de 'sierrichel' eronder beschadigd.
Van een stukje messingbuis dat dezelfde diameter heeft als het andere frontsein heb ik een nieuwe lamphouder gemaakt, en het gat iets opgeboord, om het stukje messing buis er goed in te laten passen. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Naast deze werkzaamheden zijn ook de nieuwe schortplaten klaar: op de foto hiernaast zijn ze nog niet helemaal af, en moeten de hekwerken er nog op geplaatst worden. De schortplaten zijn gemaakt van messing, dat ik gewoon geknipt heb met een huishoudschaar (die dat vast niet zo leuk vind, maar het gaat prima, en beter dan de blikschaar die we hier hebben met 2 flinke bramen in de snijvlakken) Op de foto is duidelijk te zien dat de koppeling via een gat in de schortplaat naar buiten komt: de oude versie was naar de onderkant toe volledig opengewerkt, maar dat vond ik geen gezicht, dus werden de nieuwe platen dicht: dit maakt het in elkaar zetten van de lok wel iets moeilijker, omdat de buffers ook een metalen plaatje vasthouden dat op zijn beurt de koppeling weer op zijn plek houd. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Met een paar uur solderen, en vooral veel vijlen waren ook de hekwerken voor op de schortplaten klaar: ook in het echt is er altijd een hekwerkje aanwezig om op de loc te vertoeven tijdens het rijden, iets wat zeker handig is voor de rangeerder, die even op een treeplank kan gaan staan en zich vast kan houden aan de metalen stang, en er zo weer af kan springen als hij wat moet ontkoppelen (of koppelen natuurlijk)
Het geheel is 'gewoon' gesoldeerd (dus geen hardsolderen) en bestaat uit messingdraad met een diameter van 0,5 mm. |
|
||||||||||||||||||||||
Wat is er tot nu toe al voltooid, en waar ben ik mee bezig?
|
|||||||||||||||||||||||
|
10-11-2008 Lamphouders voor de front- en sluitseinen.
Zoals misschien al duidelijk was heeft het locje vanuit de fabriek geen front en sluitseinen (of in ieder geval geen opening daarvoor) Na veel proeven met het 'knippen' van het styreen met de revolvertang, kwam ik tot de ontdekking dat eerst boren en daarna 'uitknippen' met de revolvertang niet zo'n best idee was: het lastige is namelijk om het al geboorde gaatje zo in het midden mogelijk uit te knippen. Dus toen ben ik maar eerst gaan knippen, en vervolgens het gaatje gaan boren: maar dat gaat gewoon niet met stukjes styreen met een diameter van 2,5 mm, waar dan ook nog een gat van 1,6 mm in moet, dus terug naar de eerst geprobeerde volgorde: eerst boren, en dan knippen. Bleef alleen het probleem van het in midden krijgen van het gaatje. Uiteindelijk heb ik de oplossing gevonden door VOOR het boren voorzichtig een afdruk te maken met de revolvertang in het styreen, om vervolgens het gaatje te boren: op deze manier zit de pons al op de juiste plek, en als het gaatje onverhoopt niet helemaal in het midden zit hoef je niet voor niets te knippen (gebeurt uiteindelijk toch, want ook na het knippen blijken er exemplaren te wezen die niet door de zeer kritische 'zit-het-gaatje-wel-in-het-midden-keuring' komen) Voor diegenen die denken dat ik deze ringetjes dan ook in 1 keer goed gekregen heb: vergeet het maar: een stuk of 30 'uitgeknipte' rondjes zijn er aan voorafgegaan. |
|||||||||||||||||||||||
|
Na het 'aanmaken' van de voorraad ringetjes, die je hiernaast 'bewaard' ziet worden op een stukje acryl staf met een diameter van 1,6 mm (goh, waar zou dat gat in de 'ringetjes' van 1,6 mm toch voor zijn?) is het tijd voor het boren van de gaten in de kap van de loc: Dit is gewoon goed uitmeten, kijken of je aftekeningen kloppen, nog eens nameten of het echt klopt, en dan voorboren met een zo klein mogelijk boortje: blijf hierbij realistisch: een dergelijk gat mag je van mij voorboren met een boortje van 0,3 mm, maar dat is wel erg overdreven, 0,8 mm is in mijn ogen ruim voldoende. Daarna kan je het gat opboren naar 1,6 mm. De grootste uitdaging zit 'm in het precies boven elkaar krijgen van de lamphouders: in mijn geval zitten de sluitseinen boven de frontseinen, en dienen de ringetjes dus boven elkaar geplaatst te worden. Ook hier geldt weer: uitmeten, passen, uitmeten, passen, uitmeten, kijken of het klopt, voorboren, boren.
|
|
||||||||||||||||||||||
Goed. Nadat het boren op 1 gat na gelukt was (1 gat zat niet precies boven de ander, voorzichtig 'de juiste kant' opvijlen van dit gat heeft genoeg geholpen: zo erg was de afwijking ook weer niet) was het tijd om de ringetjes vast te lijmen. De werkwijze is als volgt hieronder in afbeeldingen weergegeven:
![]() Wat volgt? De lichtprintjes! Wordt dus vervolgd! |
|||||||||||||||||||||||
|
Licht!
Het model moet uiteraard wel werkende front en sluitseinen krijgen, dus ben ik met SMD LED's en weerstanden aan de slag gegaan. De frontseinen worden geel, en de sluitseinen (uiteraard) rood.
De printplaat bestaat uit enkelzijdige printplaat van 0,5 mm dik: dit lijkt heel weinig, maar epoxy-printplaat is ontzettend taai en sterk: na het frezen was ik wel bang dat het printplaatje binnen de kortste keren zou breken, maar dat bleek niet het geval. |
|||||||||||||||||||||||
|
Na het aftekenen van de frees-lijnen op de printpraat die straks de LED's zullen gaan 'dragen' voor de verlichting van de front en sluitseinen, aan de slag gegaan met de Dremel, uitgerust met een freesje van 0,8 mm. Het gehele Dremel-apparaat in het bovenfrees-hulpstuk dat verkrijgbaar is voor het betreffende multitool, geplaatst, en gaan frezen. Na een paar minuten werk waren de printjes klaar, en kon het soldeerwerk beginnen. De printjes heb ik trouwens op maat geknipt met een gewone huishoudschaar: die vind dat vast niet leuk, maar het ging makkelijk. Goed. Genoeg geneuzel: de printjes voor het bestukken, maar na het frezen uiteraard. |
|
||||||||||||||||||||||
|
En na het bestukken: alle weerstanden zijn 2,2 kilo ohm. De ronding in de printjes is duidelijk zichtbaar: zo past het precies in de kap van het locje. Bovenaan zit (uiteraard) het derde frontsein, onderaan de 2 resterende frontseinen, en boven de 2 onderste frontseinen zijn de sluitseinen te vinden. Controleer na het solderen wel even of alles nog werkt: SMD LED's kunnen heel wat soldeer-mishandeling hebben (dat heb ik inmiddels ondervonden) maar niets is zo vervelend als 1 onderdeeltje los moeten halen omdat je het kapot gesoldeerd hebt (maar zoals ik zei: het is mij nog niet gebeurd, zelfs niet met SMD'tjes die ik 7 seconden lang verhit heb) De draadjes die je ziet lopen zijn zodanig gekozen dat ze 'voldoen' aan NEM652. |
|
||||||||||||||||||||||
En het lijstje wordt korter en korter: (de werkzaamheden die hierboven al als voltooid gemeld stonden heb ik dit keer weggelaten: dat geeft een wat betere indruk van wat er nog te wachten staat)
|
|||||||||||||||||||||||
|
23-11-2008: Naar de kuilwielenbank!
Na een paar testritten op de baan ontdekte ik dat het locje op wissels vaak even haperde: op zich niet gek, want het locje heeft maar 2 assen, en kan daardoor op wissels spanningsloos komen te staan. In mijn geval reed het locje echter na de hapering gewoon weer verder: reed ik terug, dan zag ik vrijwel elke keer een blauwwitte vonk tussen de wielen en de rails.
Na inspectie van het locje bleek de slijtage van het loopvlak van de wielen het probleem te zijn: de wielen zijn schoon (al doet ernaar kijken anders vermoedden) maar aan het loopvlak heb ik niets veranderd. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Na lang denken en wat proberen met kogellagers, om op de een of andere manier het asje in beweging te krijgen en tegelijkertijd het loopvlak bij te werken, zat ik even op een dood punt. Waarom zo moeilijk doen zou je denken? Wel, ik heb al eens eerder geprobeerd om de asjes van de wielen te tikken, maar zonder succes, dus ik dacht dat die muurvast zaten. Vandaag probeerde ik het toch maar opnieuw, en had ik inderdaad succes, en bleek dat ik gewoon veel harder moest rammen...
Toen een motortje gezocht met een as net zo dik als het wiel-asje, en een kroonsteentje van zijn kunststof omhulsel ontdaan. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Dus het wielasje met 1 wiel in het kroonsteentje geklemd (gewoon door middel van vastschroeven) en een vijltje ter hand genomen, en het motortje aangesloten op een regelbare voeding. Gebruik bij deze bewerking een veiligheidsbril en zorg dat de werkplek goed verlicht is! Na lang vijlen had ik van alle wielen bijna het hele loopvlak weer glad. Daarna met schuurpapier korrel 400 de wielen gladder gemaakt (de vijlen zijn grover) en daarna met een zooitje engelengeduld de wielen nog gladder gemaakt met korrel 1600. Toen dat klusje geklaard weer de welriekende vloeistof die zilverpoets heet ter hand genomen, en bleek er toch nog een grote hoeveelheid troep vanaf te komen. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Naast het loopvlak van de wielen heb ik ook de flensen bijgewerkt, en weer wat 'scherp' gevijld. Daarna de wielen weer schoongemaakt met alcohol, en nu heeft het locje wielen als nieuw: ik heb meteen ook gekeken of beide assen aangedreven kunnen worden, iets wat oorspronkelijk ook zo was, maar ik zie er vanaf. De aandrijving loopt na 1 omwenteling heel even erg stroef, en draait daarna weer soepel, om daarna weer even bijna te stoppen. Ik heb het probleem niet kunnen vinden, en ik heb de 3 tandwielen die voor de overbrenging van de aandrijving zorgen, gewoon verwijderd. Voor de trekkracht zal het niet bijster veel effect hebben denk ik, want veel meer dan 1 of 2 wagons zal het locje nooit te trekken krijgen. Hiernaast een vergelijkingsfoto tussen de nog niet bijgewerkte wielen, en de wel bijgewerkte wielen: het schuurpapier korrel 400 en korrel 1600 is hier nog niet aan de bijgewerkte wielen te pas gekomen. |
|
||||||||||||||||||||||
|
En dan op de baan... Het vijlwerk aan de wielen heeft ervoor gezorgd dat het locje nog beter rijd dan voor de bewerking, maar het probleem (de vonk die getrokken word op het hartstuk van wissels) is blijven bestaan... het ligt, daar kwam ik ook toen pas achter, niet zozeer aan de hoek van het loopvlak, maar simpelweg aan het feit dat het loopvlak te breed is. De oplossing hiervoor is natuurlijk de wielen smaller maken, maar hoe, dat weet ik nog niet. 17-2-2010 Raamlijsten en nieuwe wielen
Eindelijk raamlijsten voor dit locje! |
|||||||||||||||||||||||
|
Ik pakte het grijze rolletje draad dat normaal gebruikt wordt om decoders te bedraden, of de interne bedrading in een loc te verzorgen. Met een satéprikker bracht ik wat secondelijm aan op de raamopening, en drukte daarna met de andere zijde van de prikker voorzichtig het draadje op de juiste plek. Na een tiental seconden zat dit goed vast, en kon ik het volgende stukje doen. Na ongeveer een half uurtje had ik het eerste raam gedaan, en gingen de volgende ramen steeds makkelijker. Hiernaast zie je een beginnetje van het eerste raam: op de achtergrond is te zien dat ik ook met een tweede raam bezig was: terwijl het ene raam droogde, kon ik met de andere verder. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Omdat het geheel nogal wat tuurwerk betekent, heb ik het geheel verspreid over een paar dagen: maar na die paar dagen waren dan ook wel alle ramen voorzien: ik heb de ramen aan de zijkanten ook volgens de decoderdraad-methode voorzien van een sponning: de vorm was weliswaar een stuk makkelijker, maar ik wou geen verschil zien tussen de toch wat rommelig aandoende frontruiten, en de zijruiten, die dan ineens strak met messingdraad voorzien zouden zijn van een raamlijst. Ook de cabinedeur is meegenomen in de raamlijst-operatie, en heeft nu ook een mooie toekomstige rubberen rand. Hiernaast een bijna volledige raamlijst. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Naast een sterke optische verbetering, heeft deze bewerking een ander voordeel: de ramen, 0,25 mm dik transparant styreen, hebben nu een mooie opening waar het op maat gemaakte raampje prachtig in 'valt' Ondanks dat het een hele aardige oplossing was, zinde de 'opening' tussen de 2 draad-eindjes me niet, vooral niet bij de frontruiten: een gebruiker op het beneluxspoorforum kwam op het geniale idee om daar gewoon ruitenwissers overheen te plaatsen: dan viel het al lang niet meer zo op: alleen als je er langs zou kijken zou je er nog wat van zien. Hiernaast een gecompleteerde raamlijst: dit was de eerste, die ik verkeerd om plaatste (dat wil zeggen: de 2 draad-einden zaten onderaan, in plaats van bovenaan, waar een ruitenwisser komt) |
|
||||||||||||||||||||||
|
Nu de raamlijsten eindelijk klaar waren, en de definitieve eerste grondverf-beurt weer een stapje dichterbij gekomen was, besloot ik me weer op het electrische gedeelte van deze ombouw te storten.
Ik had er al een decoder aangehangen (een Locpilot V3) en 2 elco's om de decoder over vuile stukken rails te helpen. Ik zocht het probleem in ieder geval in de stroomvoorziening: de contactstrip die tegen de binnenkant van de wielen drukte, was zo goed als aan het einde van zijn leven: niet zo heel gek na een goede 30 jaar.
Van een digirails sleper maakte ik een nieuwe contactstrip, en soldeerde die op een stukje enkelzijdige printplaat.
Het rijgedrag ging er weliswaar iets op vooruit, maar ik moest het locje nog steeds met zeer veel handwerk in beweging houden. Ik plaatste een bericht op het beneluxspoorforum, waarin ik zocht naar de assen en wielen van een dergelijk locje. Veel sneller dan ik verwacht had kreeg ik bericht dat iemand die nog wel had liggen (niet zo heel gek, want het locje is vermoedelijk te scharen onder de meest geproduceerde modellen)
Voor het haast symbolische bedrag van 1 euro ontving ik uit Noordeloos in Zuid-Holland een envelop, wederom veel sneller dan ik verwacht had.
Van de oude wielen heb ik de beste uitgezocht, en die op de as geplaatst. Wat vooral opviel tijdens de testritten met de nieuwe wielen was het soepele rijgedrag: in de oude situatie reed het locje met regelmatige horten en stoten, alsof er ergens iets niet centrisch was: ik vermoed dat de tandwielen niet helemaal centrisch op de as zaten, en dat probleem veroorzaakte. Voor de gein plaatste ik ook de 3 tandwielen terug waardoor het locje weer, zoals oorspronkelijk, op beide assen aangedreven zou worden. Ook dat was geen enkel probleem: zacht zoemend zoefde het schattige hoopje metaal over de rails. Goed. Technisch is eigenlijk alles klaar, en is het nu wachten op de verflaagjes. Een overzichtje van de werkzaamheden die er nog te wachten staan: Afgeronde werkzaamheden zijn niet meer in dit lijstje te vinden.
|
|||||||||||||||||||||||
|
Grondverf en een richel minder... Met enige pijn in het hart heb ik toch afscheid genomen van de sierrichel die rondom op beide huiven aanwezig was: er was simpelweg geen plek om daar dan ook nog handgrepen aan te brengen. Dat gedaan hebbende, is het geheel in de primer gezet. Daarna was het nog een kwestie van wat plamuur- en schuurwerk, om er volgens nogmaals de primer op los te laten. Inmiddels ben ik zover dat ik het lokje zou kunnen spuiten, al wil ik nog een proef houden met het afplakken van het bedrijfslogo dat ik aan wil brengen op dit model: of uitsnijden daarvan wel zo'n goed idee is vraag ik me af. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Een tweede obstakel zijn de zwaailichten: ik moet iets zien te vinden op de 2 knipperende LED's die ik op het dak aan wil brengen. Ze zijn te kwetsbaar om nu al aan te brengen, want bij het afplakken zullen ze geheid beschadigd raken. Iets waar ik echt nog niet uit ben is het koppelings-debacle: Neuzende in een bak met koppelingen, zag ik ineens een verlaagde kortkoppeling, die precies bleek te passen in de gaten van het lokje: de messing schortplaat moest er wel voor aangepast worden, want anders kon de koppeling niet bewegen: voordeel is wel dat ik nu beide soorten koppelingen kan plaatsen: de kortkoppeling opzich heeft geen nadelen, de rest van mijn materieelpark wel: het overgrote deel daarvan is nog helemaal niet uitgerust met kortkoppelingen. Maar concreet zijn de zwaailichten en het afplakken van het logo nog de enige 2 zaken die het spuiten in de weg staan. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Toch maar kortgeslo.... uh kortgekoppeld. Na enig wikken en wegen heb ik besloten toch voor de kortkoppeling te kiezen, mede omdat ik er in m'n doos met koppelingen toevallig nog 1 vond.
Op het gebied van het bedrijfslogo is er ook nieuws: het uitsnijden ervan in afplakband kan ik echt vergeten. De vorm is er simpelweg te complex voor. Verder heb ik vooral op technisch gebied aan het model gewerkt: De decoder heeft een vast plekje gevonden aan de zijkant van de motor, via een klein beugeltje van messing wordt deze op zijn plek gehouden. Omdat de originele bevestiging van de draadjes, volgens NEM652, teveel ruimte innam, heb ik alle draadjes losgesoldeerd, en direct aan de soldeer-eilandjes voor de 21-polige connector gesoldeerd: voor een stekker is simpelweg geen ruimte. Verder zijn de richels in de kap, die eerst de loodblokjes op de juiste plaats hielden, en al eerder weggesneden waren en vervangen door iets naar achteren verplaatste stripjes styreen, alsnog volledig verwijderd.
|
|||||||||||||||||||||||
|
Ik wou de loodblokjes namelijk vast kunnen verbinden met het onderstel, wat tegelijkertijd de kans gaf de lichtprintjes daaraan te bevestigen. Door eerst de blokjes in de kap te leggen, en vervolgens door het onderstel en in het blokje zelf een gat te boren en er daarna 2 op maat geknipte M2 boutjes van 20 mm lang in te schroeven kunnen de loodblokjes muurvast verbonden worden met de onderbouw, maar nog mooier: door dubbelzijdig plakband aan te brengen op de vlakke kanten kunnen de lichtprintjes meteen mooi bevestigd worden. Via een sleufje in de onderzijde, dat ik in beide blokjes op strategische punten vijlde, vinden de draadjes hun weg verder naar binnen. De draadjes heb ik vastgelijmd met secondenlijm, zodat deze niet klem kunnen komen te zitten, of gaan zwerven door het innerlijk. |
|
||||||||||||||||||||||
|
De werkwijze daarvan is als volgt: Schroef 1 loodblokje vast aan het onderstel. Breng er dubbelzijdig plakband op aan en verwijder de beschermstrip. Leg het lichtprintje in de kap en wel zodanig dat alle LED's goed voor de gaten zitten. Pak nu het onderstel en beweeg het enigzins schuin naar binnen: duw daarna voorzichtig het loodblokje tegen het printje aan, en als het goed is zit het dan precies op de juiste hoogte vastgeplakt aan het loodblokje. Daarna het geheel weer uitnemen en het lichtprintje extra aandrukken. Deze werkwijze uiteraard herhalen voor de andere kant: vergeet niet het dan al aangebracht loodblokje weer los te schroeven!
|
|||||||||||||||||||||||
|
Naast deze werkzaamheden heb ik ook de schakeling voor de zwaailichten gemaakt. Het klinkt wat apart, want de decoder kan dat prima voor z'n rekening nemen. Het nadeel is echter dat de decoder niet in staat is de zwaailichten realistisch te laten knipperen: ze zullen beide op dezelfde snelheid blijven knipperen, zonder het 'verloop' wat in de echte wereld altijd tussen 2 zwaailichten aanwezig is.
Daarom besloot ik een klein schakelingetje te maken dat die taak zou gaan uitvoeren. Maar, de ruimte is ontzettend beperkt. 2 555 timers bedoeld voor gaatjesprintmontage zouden al snel teveel ruimte in gaan nemen. Aan dat printje waren eigenlijk slechts 2 voorwaarden verbonden: ongeveer zo groot als een decoder, en liefst niet dikker dan ongeveer 4 mm. |
|
||||||||||||||||||||||
|
De dikte zou moeilijk worden: met de 2200'en in m'n achterhoofd wist ik dat er de nodige storing op de functie-uitgangen aanwezig is, die het knipperen behoorlijk kan verstoren. Zodoende moest er nog een elco van 4,7 uF bij, maar met een spanning van 25 Volt is die aan de forse kant in vergelijking met de rest van de onderdelen op het printje. Achteraf gezien kon dit printje nog wel enkele millimeters kleiner. |
|
||||||||||||||||||||||
|
De plek waar ik het printje in eerste instantie wou plaatsen. Het paste precies tussen de motor en de kap van het locje. Maar het stak wel uit boven de motor: met het oog op het toekomstige interieur, vond ik dit teveel plaats innemen. |
|
||||||||||||||||||||||
| De nieuwe plek: van het loodblokje heb ik een deel weggezaagd, zodat het printje een plaats kon vinden in de korte huif. Deze plek heeft zo zijn voordelen: ik kan de functiemassa gemakkelijk doorverbinden vanaf het lichtprintje, en vanaf het zwaailicht-printje kan ik vervolgens gemakkelijk naar de elco die als buffer gaat dienen voor de decoder: elk draadje dat ik kan besparen is mooi, want er is gewoon heel weinig ruimte. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Naast deze werkzaamheden ben ik ook voorzichtig begonnen met het uiterlijk: ik heb hier en daar nog wat schuur en plamuurwerk verricht, op plekken die ik eerst als onmogelijk bestempelde. Maar ook om schroevendraaiertjes kan je schuurpapier wikkelen of plakken, kleine houtjes kan je beplakken met schuurpapier: uiteindelijk wordt je heel creatief om op de moeilijkst bereikbare plekken te komen.
|
|||||||||||||||||||||||
|
Die is lekker... gaat 'ie eerst de gaten dichten, om er vervolgens weer nieuwe gaten in te boren. Ja... ik ben me er eentje. Rechts de eerste toeters: ik heb voor elke kant 1 houder met 2 typhoons bedacht, dat is denk ik wat veel voor zo'n klein lokje, maar dat scharen we dan maar onder Deutsche Gründlichkeit.
De betreffende toeters zijn overigens afkomstig uit een rommelbak van MCH in Hilversum en waarschijnlijk van Roco. Wordt vervolgd! |
|
||||||||||||||||||||||
|
De zwaailichten
Geen rangeer- of industrielokje is compleet zonder zwaailichten of andere waarschuwingslampen om het wegverkeer te attenderen op een rangerend railvoertuig.
Ineens bleef ik hangen bij de rekjes met buisjes: zag ik het goed? Ja... ik zag het goed: een verpakking met messing buisjes met de onvoorstelbare buitendiameter van 0,3 mm!
Ik knipte 2 stukjes van ongeveer 6 millimeter lengte. Knippen zul je denken... ja, inderdaad, knippen. Met een zijkniptangetje maakte ik 2 stukjes buis: zaagjes met een vertanding geschikt om dergelijk dun materiaal te verzagen heb ik nog niet in huis.
Vervolgens boorde ik, na afmeten, zo netjes mogelijk 2 gaatjes in het dak, uiteraard met een diameter van 0,6 millimeter.
Nadat de lijm een nachtje kon uitharden, was het tijd voor het spuitwerk. Uiteraard begin ik met een lauw sopje ter ontvetting, om het daarna af te spoelen met gewoon water, en het geheel 24 uur te laten drogen. |
|||||||||||||||||||||||
|
Vervolgens was het tijd voor de grondverf, zoals inmiddels altijd een spuitbus Motip primer: ik heb inmiddels wel primer voor de airbrush gevonden, maar die wil ik loslaten op een werkstuk waar ik wat minder uren in heb zitten. Om te voorkomen dat de buisjes vol lopen met verf, of nog erger, helemaal dicht zouden kunnen gaan zitten, stop ik er een wikkeldraadje van 0,35 mm dik in, en buig het aan beide zijden om. Dat was nog een enorm tuurwerk! Die buisjes lijken wel steeds kleiner te worden hoe vaker je er naar kijkt. Hiernaast een foto van 1 messing buisje inclusief het wikkeldraadje: eigenlijk had ik er iets van een luciferkop naast moeten leggen om een beter idee te geven van de afmetingen. |
|
||||||||||||||||||||||
| Na diverse (drie) lagen grondverf staat het kapje in de zon in de vensterbank uit te harden. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Na een keer met de airbrush, gevuld met wit, aan de gang te zijn geweest, viel me deze plek op: een onaangename verrassing! De grondverf had nog niet overal voor een deklaag gezorgd (iets dat zich moeilijk laat fotograferen) Helaas is dit ook een moeilijke plek om te bereiken met een spuitbus, voor je het weet zitten de delen die meer uitsteken omder de grondverf en heb je lopers te pakken: ik ga dit proberen op te lossen met de airbrush. Ik heb in ieder geval al het geluk dat er voor een deel een blauwe band over heen komt. Overigens is op meer plekken de grondverf niet geheel dekkend, maar dat betreft steeds de onderkant. Omdat dat toch allemaal een zwarte kleur krijgt, maakt dat niet uit: zwart dekt veel beter dan wit, dus het nog doorschijnende roze is dan geen probleem. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Als ik het wit bijgewerkt heb is de basis klaar. Vervolgens is het tijd voor de volgende kleuren: De onderkant inclusief de loopvlakken op de loc zelf, wordt, zoals eerder gezegd, zwart. Als dat gedaan is, is het tijd voor het blauw: dat is een officiële RAL-kleur, maar het nummer ben ik kwijt, het komt bij mij uit een potje Revell met nummer 57, en is een krachtig diepblauw. Het blauw wordt gebruikt voor een blauwe band die om de gehele loc heen loopt, en alleen onderbroken wordt voor het bedrijfslogo en de bedrijfsgegevens, die aan beide zijden aangebracht zullen worden. Daarnaast wordt de bovenkant van zowel de lange als korte huif blauw, om verblinding van de bestuurder bij fel zonlicht tegen te gaan. Of het dak ook blauw wordt weet ik nog niet: de rest blijft in ieder geval wit. Zoals ik de blauwe band nu gepland heb, komt deze precies over de onderste frontsein-houders en de diverse luiken aan de zijkanten te lopen: ik wil het mezelf niet te makkelijk maken.
De zwaailichten worden als allerlaatste aangebracht: dat heeft een groot nadeel, omdat ik dan met een gespoten kap aan de slag moet om de zwaailichten te monteren en van een stekkertje te voorzien. Wordt vervolgd! |
|||||||||||||||||||||||
|
Verf... en helaas terug naar af.
Nadat ik het wit bijgewerkt had, was het tijd om, na 2 dagen uitharding, de bovenbouw van de loc af te plakken en de onderbouw zwart te spuiten. Wat opviel na het spuiten was het gevoel alsof de verf op een van de kopse kanten vloeibaar bleef, zelfs na 24 uur uitharden voelde de verf op een van de kopse kanten nog steeds wat nat aan, ondanks dat ik het model in het 'traditionele' warme sopje had ontvet. Pas na enige keren wist ik waarom: ik had de loc daar het vaakst aangepakt na allerlei werkzaamheden, en ik had overduidelijk niet goed genoeg ontvet. Het was opzich geen ramp, omdat uiteindelijk toch een bufferplaat met hekje die richel zou verbergen. Nadat er 5 laagjes zwart aangebracht waren was het tijd om het afplakband te verwijderen: helaas bleek daarbij dat het andere merk afplakband wat ik had gebruikt, Tristar, ontzettend veel lijmresten achtergelaten had: ook het Tamiya tape, wat ik toch al aardig vaak gebruikt heb, had hier en daar lijmresten achtergelaten, iets wat ik nog nooit meegemaakt had. Naast de lijmresten kreeg ik ook het idee alsof de verflaag aangetast was, iets wat ik niet met zekerheid heb kunnen vaststellen. |
|||||||||||||||||||||||
|
De resten van het afplakband van Tamiya waren met de 'irritante-prijsstickertjes-methode' zo verwijderd. (hetzelfde principe als de lijmresten van een prijsstickertje verwijderen, door het stickertje zelf herhaaldelijk op het oppervlak waar de resten zitten te plakken en direct weer te verwijderen)
De resten van het Tristar-band waren echter standvastig: ik kreeg ze niet weg met de genoemde methode. |
|
||||||||||||||||||||||
|
Toen was het een uitgemaakte zaak: het model mocht in de spiritus, het laatste middel wat ik had geprobeerd, blijven badderen, zodat ik de verf kan verwijderen: treurig, maar het is niet anders: met lijmresten op het model verder spuiten draait uiteindelijk ook uit op een fiasco. Op deze manier kan ik ook nog enig plamuurwerk verrichten op de onderbouw: er blijkt nog een forse sleuf aanwezig te zijn die zonder verf amper opvalt. Wordt vervolgd... |
|||||||||||||||||||||||